4 ECTS credits
100 u studietijd

Aanbieding 1 met studiegidsnummer 4017453FNR voor alle studenten in het 1e semester met een gespecialiseerd master niveau.

Semester
1e semester
Inschrijving onder examencontract
Niet mogelijk
Beoordelingsvoet
Beoordeling (0 tot 20)
2e zittijd mogelijk
Ja
Onderwijstaal
Nederlands
Faculteit
Faculteit Ingenieurswetenschappen
Verantwoordelijke vakgroep
Elektrotechniek-Energietechniek
Onderwijsteam
Valéry Ann JACOBS (titularis)
Onderdelen en contacturen
12 contacturen Hoorcollege
36 contacturen Werkvormen en Praktische Oef.
Inhoud

A.Licht en Visuele Omgeving
1. De visuele omgeving en visuele oriëntatie
a) Ruimte-concept en ruimte-beleving binnen een verlichte omgeving
b) Uitzicht van voorwerpen :
-Waarneming van helderheid, kleur, vorm en textuur (Fenomenen van bv. gekleurde lak onder directe/indirecte verlichting; Modellen; Karakteristieken van reflectie; Visuele implicaties; Zichtbaarheidscriteria);
-Ruimtelijke weergave (modellering) van driedimensionele oppervlakken en structuren (Richtingskarakter van de verlichting; Fenomenologie van ruimtelijke verdeling en schaduwwerking; Beschrijvende parameters ESC, ECS, EHS; EVert/ESC, ECyl/EHor);
-Lichtbehandeling door reflectie, doorlating en diffractie; basisprincipes van optisch ontwerp van verlichtingsarmaturen.

2. Inleiding tot verlichten met daglicht
-Daglichtgegevens, karakteristieke hemels, ontwerpmethoden, verblinding, architecturale componenten voor daglichttoetreding

3. Verlichtingsontwerp
a) Objectieven van functionele, architecturale en decoratieve verlichting
-Visuele taak-analyse (bepaling van de zientaak)
b) Theorie, technieken en toepassingen van binnenverlichting
-Integratie van kunstmatige verlichting en dagverlichting;
-Berekeningsmethoden : Puntmethode en integraalmethoden;
-Visueel Comfort en Verblindingsbegrenzing (Unified Glare Rating, Daylight Glare Index) + metingen.
c) Buitenverlichting
-Woonwijk- en woonerfverlichting;
-Lichtplannen voor de stad en de buitenstedelijke ruimte (inleiding).

4. Illustraties en Gevalstudies
-Verlichtingsprojecten binnen de architectuur van Norman Foster, Alain Tchumi, Maurice Kalberer, Jean Nouvel, Aldo Rossi, Alvar Aalto, Frank Lloyd Wright, Luis Barragan, etc.

B. Domotica

5. Het modern gebouw (gebouw met toegevoegde intelligentie)
-Integratie en holistische visie; vorm en functie van een gebouw;
-Automatisering als hulpmiddel bij het creëren van een multifunctionele ruimte;
-Methodologie van automatisering in een gebouw.

6. Informatietechnologie
-Communicatiesystemen en netwerk-architectuur.

7. Beheer van het gebouw (Building management)
a) Technisch en onderhoudsbeheer (klimaat en verlichting);
b) Energie-, proces- en milieubeheer;
c) Veiligheidsbeheer;
d) Faciliteiten- en organisatiebeheer.

8. Domotica-Netwerken
a) Geïntegreerde functies (Technisch beheer, Comfort, Veiligheid, Communicatie en multimedia);
b) Installatiesystemen (netwerken en bedrading);
c) Demonstratieprojecten.

9. Geïntegreerde oefeningen bij verlichtingsontwerp
-Gebruik van berekenings-, simulatie- en visualisatie-pakketten zoals RELUX en Dialux; ETS3 van EIB-European Installation Bus/KONNEX.


-WPO : Oefeningen bij het HOC over verlichting van binnenruimten en van de openbare, stedelijke ruimte (met behulp van het software-pakket RELUX of Dialux).
-WPO : Praktische metingen van buitenverlichtingstoepassingen (wegen, woonwijken, sportvelden).
-Bezoeken aan de lampenfabriek van Philips in Turnhout en aan het Philips LIDAC-Lighting Design and Applications Centre in Eindhoven; het lichtpaviljoen van ETAP (Malle) en aan het Belgisch Centrum voor Domotica en Immotica-BCDI en het Domotic Lounge in Kortrijk.

-Zelfstandige activiteiten : Toepassing van automatisering van gebouwen binnen het project uitwerken (een gevalstudie binnen de ontwerpmethodiek).

Studiemateriaal
Digitaal cursusmateriaal (Aanbevolen) : Syllabus 'Verlichtingstechniek & Domotica', P. Rombauts
Handboek (Aanbevolen) : Color for Science, Art and Technology, Kurt Nassau, North Holland, 9780444898463, 1997
Handboek (Aanbevolen) : Lighting, DC Pritchard, 6de, Routledge Taylor & Francis group, 9780582357990, 1999
Handboek (Aanbevolen) : Daylighting in Architecture, Baker, Fanchiotti, Steemers, Routledge, 9781849713009, 1993
Digitaal cursusmateriaal (Aanbevolen) : 'PowerPoint' presentaties 'Verlichtingstechniek & Domotica', P. Rombauts
Praktisch cursusmateriaal (Aanbevolen) : CIE Guide on Daylighting of Building Interiors, Commission Internationale de l'Eclairage
Handboek (Aanbevolen) : The art of light and space, Jan Butterfield, Abbeville Press, 9780789201713, 1996
Handboek (Aanbevolen) : The visual environment for display screen use, CIBSE Lighting Guide 3, 2de, Chartered Institution of Building Services Engineers, 9780900953712, 1996
Digitaal cursusmateriaal (Aanbevolen) : Softwarepakketten voor verlichtingsberekening, simulatie en visualisatie.
Handboek (Aanbevolen) : The Hidden Dimension, ET Hall, Anchor, 9780385084765, 1990
Handboek (Aanbevolen) : Practical Color Measurement, A Berger-Schunn, Wiley, 9780471004172, 1994
Bijkomende info

- Syllabus en 'PowerPoint' presentaties 'Verlichtingstechniek & Domotica' (VA Jacobs, P. Rombauts)

Leerresultaten

Algemene competenties

Het Studiedeel is een gespecialiseerde cursus in licht- en verlichtingstechniek, gericht zowel op kennisoverdracht als op het aanleren en ontwikkelen van vaardigheden.  De cursus is afgestemd op de opleiding burgerlijk ingenieur-architect.  Het is de bedoeling inzicht te verwerven in verlichtingstoepassingen binnen het architecturaal ontwerpen en daarover te kunnen reflecteren.

De studenten dienen een goede kennis te bezitten van de basisbegrippen en de basiswetten van de verlichtingstechniek. Naast de berekenings- en ontwerpmethoden voor binnen- en buitenverlichting en domotica is het vooral belangrijk dat zij de theorie kunnen betrekken op praktische toepassingen uit de architectuur (die in de les worden besproken).  'Inzicht' in de stof, het erover kunnen nadenken en reflecteren is van het grootste belang; echter een ruime basiskennis is daartoe onontbeerlijk.

De koppeling met het onderzoek in de verlichtingskunde is expliciet aanwezig. 
De inhoud van dit Studiedeel draagt bij tot de realisatie van de Leerresultaten van de opleiding Master in de Architectonische Ingenieurswetenschappen.

-De opleiding tot 'Master of Science in de Ingenieurswetenschappen : Architectuur' heeft tot doel mensen op te leiden die architectuur en technologie, zowel in een professionele als academische context  efficiënt kunnen beoefenen.
- De opleiding beoogt de studenten tot een gevorderd niveau van kennen en competenties te brengen, eigen aan wetenschappelijk functioneren in het algemeen en het domein van de ingenieurs- en architectuurwetenschappen in het bijzonder.
- De voornaamste doelstelling is het wederzijds beïnvloeden van een architectonische t.a.v. bouwtechnische cultuur en middels het architectonisch ontwerp; een architectonisch ontwerp dat enerzijds concrete problemen oplost, anderzijds nieuwe disciplinaire vragen opwerpt.

- De Leerresultaten betreffen het redeneren, oordelen en het communiceren; met daaraan toegevoegd het vermogen tot synthese; zijnde verbeelding. Het project fungeert hier als referentie- en kristallisatiepunt in het gebruik van vakinhoudelijke kennis om een architecturaal antwoord op het niveau van architectonisch ontwerpen, constructieve vormgeving of stedenbouwkundige planning te geven.
- De vakinhoudelijke  minimum eisen zijn het verwerven van een basiskennis van de participerende disciplines; de architectuurwetenschappen, de technische wetenschappen en het ontwerpen.  Voor de technische wetenschappen betreft het de kennis van bouwmethodes en technologieën, alsook de meer gespecialiseerde kennis van de methoden en tools voor het kwantificeren en berekenen van alle technische aspecten die te maken hebben met het uitvoeren van een artefact in ons omgevend milieu, meer specifiek de verlichtingstechniek.
- Het is een inzicht in volgende kennisdimensies : kennis verwerven, inzicht verwerven, toepassen van kennis, creatief toepassen, maar vooral in relatie met een kritisch reflecteren op bestaande kennis en het genereren van nieuwe kennis zodat de architectuur  in de meest ruime betekenis van het woord een kennisverleggende activiteit is.  In de opleiding tot master  in de ingenieurswetenschappen ligt de nadruk op het creatief toepassen, in relatie met een kritisch reflecteren op bestaande kennis; het genereren van nieuwe kennis.
- Redeneervermogen middels argumenteerbaar en zelfbewust denken.
- Sociale en maatschappelijke vaardigheden; kunnen functioneren in een 'lerende organisatie', besef van een dynamiek van het leren in termen van 'leren leren', het besef van teamwork als kritische katalysator en bron van innovatie.

-De student bezit aantoonbare kennis en inzicht in de verlichtingskunde en domotica, gebaseerd op het niveau van de Bachelor, die deze verdiepen, alsook een basis voor het leveren van een originele bijdrage voor het ontwikkelen van ideeën in onderzoeksverband.
-De student is in staat om kennis en inzicht probleemoplossend toe te passen binnen een bredere context.
-De student is in staat om oordelen te formuleren op basis van beperkte informatie.
-De student is in staat om conclusies, de kennis en de overwegingen die eraan ten grondslag liggen duidelijk over te brengen naar een gespecialiseerd en niet-gespecialiseerd publiek.
-De student bezit de leervaardigheden die hem of haar in staat stellen een vervolgstudie aan te vatten met zelfgestuurd en autonoom karakter.

De eindcompetenties zijn in overeenstemming met de zgn. 'Dublin' descriptoren :

x Kennis en Inzicht [K&I] verwerven :
-In staat zijn gebruik te maken van geavanceerde reken- en simulatieprogramma’s [maK&I-SIMULATIE];
-Over een diepgaande technische kennis beschikken en een detaillering geïntegreerd op het bouwtechnisch vlak kunnen uitwerken [maK&I-TECHNOLOGIE];
-Inzicht hebben in de 'visuele omgeving en domotica' als element van de bouwfysica, bouw- en installatietechniek [maK&I-BOUWFYSICA];
-Inzicht hebben in de voorschriften, procedures, instanties etc. die een rol spelen bij de omzetting van een concept naar een reëel gebouw en een grondige kennis hebben van de bouwnormen op het vlak van verlichtingstechniek en domotica; buitenlandse normen kunnen raadplegen, begrijpen en aanwenden [maK&I-NORMEN];
-Kennis hebben van de instrumenten die gehanteerd worden bij het ontwerpen en evalueren van duurzame gebouwen (LCA (levenscyclus analyse), energieprestaties, comforteisen...) [maK&I-DUURZAAM];
-De in de architectuur gangbare onderzoeksmethodes kennen en kunnen inzetten voor het oplossen van onderzoeksvragen [maK&I-ONDERZOEK].

x Verworven Kennis en Inzicht kunnen Toepassen [TK&I] :
-Een morfologisch, ruimtelijk, functioneel, bouwtechnisch en contextueel gepast antwoord kunnen formuleren op een gesteld vraagstuk [maTK&I-PROBLEEMOPLOSSEND];
-Een globaal concept kunnen vormen en omzetten naar een concreet project; kennis m.b.t. verlichtingstechniek en domotica kritisch kunnen inzetten in eigen projecten; zodanig kennis en ontwerpinzichten kunnen toepassen, zodat er een diepe interesse en een professionele benadering uit blijkt [maTK&I-ONTWERP];
-Multidisciplinair denken, het project kunnen verankeren binnen diverse andere vakgebieden, geïntegreerd kunnen denken in een multidisciplinaire werkgroep [maTK&I-MULTIDISCIPLINAIR];
-In staat zijn installaties voor verlichting en domotica te ontwerpen, te dimensioneren, te renoveren en te detailleren met voldoende veiligheid, gebruiksvriendelijkheid en duurzaamheid op grond van een adequate kennis van de uitvoeringsmethoden [maTK&I-CONSTRUCTIES];
-Duurzaamheidaspecten kunnen integreren [maTK&I-DUURZAAM].

x Een gefundeerd Oordeel kunnen Vormen [OV] :
-Analyseren alvorens tot definitieve ontwerpbeslissingen over te gaan, het kunnen verantwoorden van de genomen stappen [maOV-ANALYSE];
-Inzicht hebben in de rol van de architect en de ingenieur in de maatschappij en rekening kunnen houden met sociale factoren; kunnen omgaan met de sociale aspecten en de maatschappelijke context van het bouwen [maOV-SOCIAAL];
-Het in staat zijn tot het evalueren van een project [maOV-EVALUATIE].

x Duidelijk kunnen Communiceren [COM] :
-In staat zijn te communiceren, zowel mondeling als schriftelijk, met vertegenwoordigers van andere disciplines in het ontwerp- en bouwproces, en dit aan de hand van verschillende communicatie middelen [maCOM-VERBAAL, maCOM-SCHRIFTELIJK];
-Rekening houdend met de onderwijssamenwerking met de ULB (BRUFACE) en met de onderzoeksrealiteit (communicatie vnl. in het Engels): binnen het vakgebied met anderstalige collega’s kunnen discussiëren in de Franse en de Engelse taal [maCOM-TALEN];
-Digitale 3D ontwerp- en presentatietechnieken beheersen [maCOM-PRESENTATIE];
-De rol van verantwoordelijk ingenieur en architect op zich kunnen nemen bij grotere projecten [maCOM-LEIDEN].

x Over de volgende Leervaardigheid beschikken [LV] :
-In staat zijn in team te werken voor de opdrachten [maLV-GROEPSWERK];
-In staat zijn zich snel en efficiënt in te werken in nieuwe (onderzoeks)gebieden, theorieën en technieken gerelateerd aan de architectuur- en ingenieurswetenschappen om voor de gestelde vraagstukken adequate oplossingen te kunnen vinden; stappen zetten in het eigen leerproces om tot zelfbewustzijn en ontplooiing te komen; zich kunnen ontwikkelen tot een expert in het vakgebied architectuur en bouwkunde en de bijbehorende werkzaamheden op hoog niveau kunnen uitvoeren [maLV-LEVENSLANG, maLV-ZELFSTUDIE];
-In staat zijn lacunes in kennis te detecteren en onderwerpen af te bakenen voor verder onderzoek; door middel van eigen onderzoek de eigen kennis kunnen verbreden en verdiepen en nieuwe ideeën kunnen ontwikkelen en uitwerken [maLV-ONDERZOEK].

Beoordelingsinformatie

De beoordeling bestaat uit volgende opdrachtcategorieën:
Examen Mondeling bepaalt 60% van het eindcijfer

WPO Praktijkopdracht bepaalt 40% van het eindcijfer

Binnen de categorie Examen Mondeling dient men volgende opdrachten af te werken:

  • mondeling examen met een wegingsfactor 1 en aldus 60% van het totale eindcijfer.

    Toelichting: Voor dit mondeling examen worden voor het eerste deel de oplossingen van de oefeningen over verlichtingstechniek individueel besproken. Bij het antwoord hierop worden bijvragen over de basis van de verlichtingskunde en de toepassingen gesteld die sterk doorwegen in het examencijfer.

Binnen de categorie WPO Praktijkopdracht dient men volgende opdrachten af te werken:

  • uitwerking compprog en verslag met een wegingsfactor 1 en aldus 40% van het totale eindcijfer.

    Toelichting: Voor het tweede deel licht de student de toepassingsmogelijkheden van automatisering van gebouwen toe binnen één (1) gevalstudie van de ontwerpmethodiek (aan de hand van een uitwerking via een computerprogramma en een kort schriftelijk verslag).
    Aanwezigheid op de praktische oefeningen is verplicht; bij afwezigheid worden de oefeningen in de mate van het mogelijke hernomen of wordt een vervangende taak zoals het bespreken van één of meerdere artikels uit vaktijdschriften opgelegd.

Aanvullende info mbt evaluatie

Het examen bestaat uit een project (50%) en een mondeling examen (50%).

Academische context

Deze aanbieding maakt deel uit van de volgende studieplannen:
Master in de ingenieurswetenschappen: architectuur: Standaard traject