Doelstellingen

  

Terug naar boven

Leerresultaten

1. De studenten hebben kennis en begrip van de diverse paradigma’s, de voornaamste theoretische stromingen, concepten en onderzoekstradities binnen de communicatiewetenschappen, m.i.v. de niveaus (micro-meso-macro), types (vb. bedrijfs-, overheids-, journalistieke,… communicatie) en componenten (zender, medium, boodschap, ontvanger) van communicatie. De studenten hebben specifiek kennis en begrip van de diverse paradigma’s, de voornaamste theoretische stromingen, concepten en onderzoekstradities binnen communicatiewetenschappelijke benaderingen:
a. van media, strategische communicatie en marketing
b. van media en cultuur
c. van journalistiek, politiek en democratie
d. van media, internet en globalisering.
2. De studenten hebben inzicht in de positie en onderlinge relatie van de diverse paradigma’s, de voornaamste theoretische stromingen, concepten en onderzoekstradities binnen het vakgebied en dit steeds in verhouding tot andere theorievorming, methoden, concepten en modellen in andere disciplines (interdisciplinariteit).
3. De studenten hebben inzicht in het achterliggende mens- en maatschappijbeeld en (de historische ontwikkeling van) de premissen van de diverse paradigma’s, de voornaamste theoretische stromingen, concepten en onderzoekstradities in het algemeen, en in hun benadering van de relatie media, communicatie en samenleving in het bijzonder.
4. De studenten hebben kennis over en inzicht in de in het veld toepasbare onderzoeksmethoden.
5. De studenten hebben kennis en begrip van de historische en recente ontwikkelingen van media en communicatie.
6. De studenten hebben kennis en begrip van de structuren, werking en processen binnen media- en communicatieorganisaties, media- en communicatiepraktijken en media- en communicatiemarkten en hun relaties:
a. met media, strategische communicatie en marketing
b. met media en cultuur
c. met journalistiek, politiek en democratie
d. met media, internet en globalisering.
7. De studenten hebben kennis en begrip van de beleidscontext waarbinnen deze media- en communicatie organisaties, -structuren en -processen tot stand komen, en dit zowel op nationaal, Europees als internationaal vlak.
8. De studenten kunnen tendensen en probleemgebieden in een medialandschap detecteren, vanuit een theoretisch referentie- en analysekader analyseren en de maatschappelijke, professionele en beleidsimplicaties hiervan inschatten vanuit een theoretisch referentie- en analysekader dat aansluit bij het veld van communicatiewetenschappelijke benaderingen:
a. van media, strategische communicatie en marketing
b. van media en cultuur
c. van journalistiek, politiek en democratie
d. van media, internet en globalisering.
9. De studenten geven blijk van inzicht in de diverse bronnen en opzoektechnieken.
10. De studenten geven blijk van een kritische houding ten aanzien van bronnenmateriaal en literatuur.
11. De studenten kunnen een eigen wetenschappelijk onderbouwd oordeel ontwikkelen en hierbij in de geest van het vrije onderzoek - dat is vanuit een open, kritisch-constructieve en a-dogmatische houding - handelen. Zij gaan hierbij niet op zoek naar 'ultieme waarheden', maar spelen vanuit een open houding in op wetenschappelijke debatten en de relatieve onzekerheid van inzichten.
12. De studenten kunnen kritisch en zelf-reflectief, binnen een langetermijnperspectief, uitgaand van een interdisciplinaire invalshoek, en zich hoedend voor monocausale interpretaties de impact inschatten van sociale, culturele, economische, ethische, technologische, politieke, juridische en andere factoren op communicatieprocessen.
13. De studenten reflecteren over de eigen positie als wetenschapper, duiden de eigen aannames en identificeren en expliciteren kritisch eigen vooronderstellingen.
14. De studenten geven blijk van een eerlijke attitude, ethische houding en geëngageerde ingesteldheid wat toelaat een relevante bijdrage te leveren aan actuele wetenschappelijke en maatschappelijke debatten.
15. De studenten kunnen vanuit een open attitude functioneren in een cultureel diverse internationale context. Zij reflecteren kritisch over de eigen (geografische, sociale, culturele, lokale, persoonlijke,…) positie.
16. De studenten beschikken over het vermogen om informatie, bestaande inzichten en eigen onderzoeksbevindingen te communiceren aan diverse doelgroepen en dit zowel schriftelijk, mondeling en via de nodige multimediale ondersteuning.
17. De studenten ontwikkelen een attitude van luisterbereidheid en respect voor elkaar om op basis van wetenschappelijk en empirisch onderbouwde argumenten discussies aan te gaan.
18. De studenten kunnen begeleid zelfstandig, creatief, kritisch en ondernemend leren en handelen.
19. De studenten geven blijk van een geïnteresseerde, leergierige en zoekende ingesteldheid en beschikken over een open attitude ten aanzien van een leven lang en zelfstandig leren.
20. De studenten passen kennis van en inzicht in de diverse aangereikte onderzoeksmethoden en –technieken van de Communicatiewetenschappen onder begeleiding toe op een algemeen en beginnend niveau.
21. De studenten zijn in staat om een communicatiewetenschappelijk onderzoek op te zetten en te volbrengen geïnspireerd door, in het kader van of naar analogie met bestaande onderzoeken.

 

Terug naar boven

Studieplannen

In het kader van dit studieprogramma, zijn de volgende afstudeerplannen mogelijk:

Standaard traject
profiel media en cultuur
profiel media, internet en globalisering
profiel media, journalistiek en politiek
profiel media, strategische communicatie en marketing
Verkorte Bachelor Communicatiewetenschappen

Terug naar boven