3 ECTS credits
90 u studietijd

Aanbieding 4 met studiegidsnummer 4022833DNW voor werkstudenten in het 1e semester met een inleidend master niveau.

Semester
1e semester
Inschrijving onder examencontract
Niet mogelijk
Beoordelingsvoet
Beoordeling (0 tot 20)
2e zittijd mogelijk
Ja
Inschrijvingsvereisten
Alvorens een inschrijving te kunnen nemen voor 'Vakdidactiek Kunstwetenschappen en erfgoedstudies 1' moet men ingeschreven of geslaagd zijn voor Krachtige leeromgeving.
Onderwijstaal
Nederlands
Faculteit
Multidisciplinair Instituut Lerarenopleiding
Verantwoordelijke vakgroep
Multidisciplinair Instituut Lerarenopleiding
Onderwijsteam
Joost Vaesen (titularis)
Ingeborg Plackle
Marie-Dominique Bekaert
Lies Vanerum
Katrien Van Roelen
Els Govaerts
Onderdelen en contacturen
0 contacturen Exam
10 contacturen Practical exercises
80 contacturen Self study
Inhoud

Leerlijn Beroepspraktijk

In deze co-teachingstage assisteert de student de mentor bij het lesgeven, waarbij de verantwoordelijkheden van de student gradueel worden opgebouwd: van participerend observeren als leraar-begeleider (2u), naar minstens twee meer actieve vormen van co-teaching: parallel lesgeven, aangepast lesgeven, lesgeven in één van meerdere complementaire groepen, of team teaching samen met de mentor of met een medestudent (2u). Deze laatste 2u worden in een gesprek met de mentor voorbereid.

Voor studenten met een LIO-statuut: 2u observatie en inservice stage van 28 uren (en indien van toepassing preservice of alternatieve stage).  Indien het opdrachtvolume tussen de 200 en 499 lesuren telt kan het dat de student onvoldoende unieke lesuren kan presteren voor dit opleidingsonderdeel. In dat geval worden bijkomende opdrachten uit het reguliere traject gegeven, a rato van de ontbrekende uren. In gevallen waar de lesopdracht van de LIO-student niet of onvoldoende aansluit bij de vakdidactiek, wordt een bijkomende opdracht uit het reguliere traject gegeven waarbij de student een mentor assisteert in een co-teachingstage, waarbij de verantwoordelijkheden van de student gradueel worden opgebouwd: van participerend observeren als leraar-begeleider (2u), naar minstens twee meer actieve vormen van co-teaching: parallel lesgeven, aangepast lesgeven, lesgeven in één van meerdere complementaire groepen, of team teaching samen met de mentor of met een medestudent (2u). Deze laatste 2u worden in een gesprek met de mentor voorbereid.

 

Leerlijn Vakdidactiek

Binnen dit opleidingsonderdeel wordt er naast de situering van kunstwetenschappen in het huidige Vlaamse onderwijs specifieke aandacht besteed aan het didactische gebruik van leermiddelen voor het creëren van een optimale krachtige leeromgeving binnen het domein kunstgeschiedenis. Binnen dit opleidingsonderdeel leren studenten hoe ze het esthetische inzicht van hun leerlingen (verder) kunnen ontwikkelen door middel van hun didactische keuzes.

Voor de vakdidactiek kunstwetenschappen werken studenten in teacher design teams. Dit betekent dat ze in groepen van maximum vier studenten samen curriculummaterialen (her)ontwerpen in het teken van kunstwetenschappen. De studenten leren hoe ze eindtermen, curriculumdossiers en leerplannen kunnen vertalen naar de praktijk, maar ook bv. hoe maatschappelijke en politieke discussies en nieuwe wetenschappelijke inzichten een impact (kunnen) hebben op hun klaspraktijk.

De rode draad doorheen dit opleidingsonderdeel is de stapsgewijze vakspecifieke ondersteuning bij het ontwerp van een krachtige leeromgeving zodat deze kunnen uitgetest worden op het einde van dit opleidingsonderdeel. De studenten hebben naast de co-teachingsstage de kans om 1) de resultaten van hun design team te presenteren aan hun peers in de vorm van een co-teachingsmoment en 2) een individuele mini-les te geven binnen het domein kunstgeschiedenis. 

 
 
Studiemateriaal
Digitaal cursusmateriaal (Vereist) : Beschikbaar via Canvas
Handboek (Aanbevolen) : The Educational Role of the Museum, E. Hooper-Greenhill, 2de, London-New York, 9780415198271, 1994
Digitaal cursusmateriaal (Aanbevolen) : Beschikbaar materiaal via 'HEREDUC Heritage Education', http://www.hereduc.net/hereduc/index_html/nl/view
Handboek (Aanbevolen) : Erfgoed in de klas. Een handboek voor leerkrachten, BIB, 9789044118018, 2005
Bijkomende info
  • Voor studenten van campussen Anderlecht, Diest en Leuven worden 6 contacturen ingericht. 84u worden gepresteerd als zelfstudie (m.i.v. stage).
  • Er wordt verwacht dat studenten alle lessen binnen dit opleidingsonderdeel bijwonen om zich maximaal op de praktijk te kunnen voorbereiden (professionele attitude).
  • Bijkomende info leerlijn stage: Stages kunnen plaatsvinden in academisch verlof dat niet samenvalt met schoolvakanties, blokweken en examenperiodes. Er wordt verwacht dat studenten de spreiden evenwichtig spreiden met oog op een optimaal leerrendement (cfr. stagehandleiding).
  • In dit opleidingsonderdeel wordt gewerkt aan een geïntegreerde set van competenties die nodig zijn voor het ontwerpen van een krachtige leeromgeving. In de stage wordt de integratie van de leerresultaten uit de andere leerlijnen en uit het opleidingsonderdeel Krachtige leeromgeving beoogd.
  • Als het eindcijfer voor de praktijk onvoldoende is, kan men niet slagen voor het opleidingsonderdeel, een tekort op praktijk kan slechts worden ingehaald in een volgende nuttige zittijd. De titularis kan in het geval van doorverwijzing naar de volgende nuttige zittijd toestaan dat de punten behouden blijven voor de reeds succesvol afgelegde onderdelen.
 
 
Leerresultaten

Algemene competenties

Opleidingsspecifieke leerresultaten

1, 2, 3, 4, 5, 6, 10, 11, 14, 16, 19, 20, 22

Doelen

Leerlijn Beroepspraktijk

  1. De student geeft blijk van een open en leergierige ingesteldheid en een professionele attitude.
  2. De student kan in overleg de pedagogisch-didactische en vakdidactische inzichten, nodig voor het ontwerpen van een krachtige leeromgeving, toepassen in de praktijk.
  3. De student kan krachtige leeromgevingen in teamverband ontwerpen (bv. teamteaching).en samen met de mentor of een medestudent uitvoeren. 

Leerlijn Vakdidactiek

  1. De student geeft blijk van een open en leergierige ingesteldheid en een professionele attitude.
  2. De student beoordeelt de opbouw van het vakspecifieke curriculum in het kader van de essentie en unieke maatschappelijke relevantie van het vakgebied.
  3. De student kan reflecteren en argumenteren omtrent eigen overtuigingen over het vakgebied en er kritisch betekenis aan geven. 
  4. De student onderbouwt de onderwijspraktijk door gebruik te maken van vakdidactische begrippen, theorieën en evoluties van het onderwijs binnen het vakdomein. 
  5. De student kan de concepten van de 21st Century Skills en de principes van een krachtige leeromgeving voor het eigen vakdomein vertalen naar een concrete lesopbouw, rekening houdend met de onderwijshervorming.
  6. De student kan doelstellingen kiezen op basis van eindtermen en curriculumdossiers die betrekking hebben op het vakgebied.
  7.  Vertrekkend van de beginsituatie van leerlingen, kan de student doelstellingen m.b.t. het vakgebied concreet en operationeel formuleren en interpreteren. 
  8. De student kan relevante en betrouwbare vakdidactische bronnen identificeren, consulteren en relateren met concrete doelstellingen met het oog op het ontwerpen van een krachtige leeromgeving voor het eigen vakgebied.
  9. De student haalt bij het creëren van een krachtige leeromgeving de multidisciplinaire en diverse buitenwereld naar de klas (of omgekeerd) door musea- en concertbezoeken, reizen, projecten, sprekers, ... te betrekken.
  10. De student kan in teamverband een probleemstelling bedenken en formuleren in functie van de lesvoorbereiding (mini-les), rekening houdend met de sleutelconcepten multiperspectivisme en inclusie.
  11. De student kan vanuit een multidisciplinair perspectief leerinhouden kiezen, opdelen in leerstappen en vertalen in zinvolle opdrachten.
  12. De student kan de leerlingenkenmerken benutten om de autonome motivatie van leerlingen te versterken, de nodige structuur te bieden, en betrokkenheid te vergroten tijdens de lessen.
  13. De student kan leerlingen vakspecifieke leerinhouden actief laten ontdekken en verwerken door een zinvolle keuze van werkvormen, leermiddelen en groeperingsvormen.
  14. De student kan bij de leerinhouden van het vakdomein de leefwereld van de leerlingen betrekken.
  15. De student relateert actualiteit aan de leerdoelen (probleemstelling) en leerinhouden van het vakgebied. 
  16. De student kan kennis en inzichten met betrekking tot muzisch leren samenvatten en uitdrukken en deze integreren in de lesvoorbereiding en de lesuitvoering.
 
 

Beoordelingsinformatie

De beoordeling bestaat uit volgende opdrachtcategorieën:
Examen Schriftelijk bepaalt 60% van het eindcijfer

Examen Praktijk bepaalt 40% van het eindcijfer

Binnen de categorie Examen Schriftelijk dient men volgende opdrachten af te werken:

  • Werkstuk met een wegingsfactor 60 en aldus 60% van het totale eindcijfer.

    Toelichting: De studenten werken een taak uit.

Binnen de categorie Examen Praktijk dient men volgende opdrachten af te werken:

  • Co- of duo-teaching met een wegingsfactor 40 en aldus 40% van het totale eindcijfer.

    Toelichting: De evaluatie van de co-teachingstage of LIO-baan gebeurt door stagebegeleider o.b.v. stage-administratie, lesvoorbereidingen en ontwikkeld materiaal, mondelinge en schriftelijke feedback van de mentor, zelfevaluatie en gesprek etc.

Aanvullende info mbt evaluatie
  • Om te kunnen slagen voor dit opleidingsonderdeel neemt de student deel aan alle onderdelen van de evaluatie.
  • Er kan slechts een eindcijfer worden berekend indien voor elke opdrachtcategorie van de evaluatie een score werd behaald. Niet deelnemen aan één of meerdere opdrachtcategorieën resulteert in de vermelding 'afwezig’ (afw). 

  • Een student kan slechts slagen voor het opleidingsonderdeel als voor elke opdrachtcategorie minstens 7/20 wordt behaald. De toegekende eindscore is dan het cijfer toegekend aan het laagst gescoorde examenonderdeel. 

  • Als het cijfer voor het mondeling examen onvoldoende is, is remediëring een bindende voorwaarde om verder te gaan met de stage in de opleiding.
  • Als het cijfer voor het praktijkexamen (stage) onvoldoende is, is remediëring een bindende voorwaarde om verder te gaan met de stage in de opleiding.
  • Het is verplicht om de stageplanning tijdig te communiceren (cfr. afspraken stagehandleiding). Het laattijdig communiceren kan leiden tot een 'afwezig’ (afw) voor de stage.
  • Een tekort op praktijk kan slechts worden ingehaald in een volgende nuttige zittijd. De titularis kan in het geval van doorverwijzing naar de volgende nuttige zittijd toestaan dat de punten behouden blijven voor de reeds succesvol afgelegde onderdelen.
 
 
Toegestane onvoldoende
Kijk in het aanvullend OER van je faculteit na of een toegestane onvoldoende mogelijk is voor dit opleidingsonderdeel.

Academische context

Deze aanbieding maakt deel uit van de volgende studieplannen:
Educatieve master in de cultuurwetenschappen: geschiedenis (120 ECTS, Etterbeek)
Educatieve master in de cultuurwetenschappen: kunstwetenschappen en erfgoedstudies (120 ECTS, Etterbeek)
Educatieve master in de cultuurwetenschappen: wijsbegeerte (120 ECTS, Etterbeek)
Educatieve master in de cultuurwetenschappen: moraalwetenschappen en humanistiek (120 ECTS, Etterbeek)
Educatieve master in de cultuurwetenschappen: standaard traject (60 ECTS, Etterbeek)
Educatieve master in de cultuurwetenschappen: standaard traject (60 ECTS, Anderlecht)
Educatieve master in de cultuurwetenschappen: standaard traject (60 ECTS, Diest)
Educatieve master in de cultuurwetenschappen: standaard traject (60 ECTS, Leuven)