4 ECTS credits
110 u studietijd

Aanbieding 2 met studiegidsnummer 4004025ENR voor alle studenten in het 1e semester met een verdiepend master niveau.

Semester
1e semester
Inschrijving onder examencontract
Niet mogelijk
Beoordelingsvoet
Beoordeling (0 tot 20)
2e zittijd mogelijk
Ja
Inschrijvingsvereisten
Omwille van specifieke risico’s en veiligheidsredenen, moeten studenten hun bachelordiploma behaald hebben en geslaagd zijn voor ‘Biochemische Ingenieurstechnieken', 'Industriële Microbiologie' en' Proteïnechemie, functie en structuur’ alvorens dit opleidingsonderdeel te kunnen opnemen.
Onderwijstaal
Nederlands
Faculteit
Faculteit Wetenschappen en Bio-ingenieurswetensch.
Verantwoordelijke vakgroep
Bio-ingenieurswetenschappen
Onderwijsteam
Stefan Weckx (titularis)
Onderdelen en contacturen
110 contacturen Zelfstudie en externe werkvormen
Inhoud

Aan de Vrije Universiteit Brussel is de bedrijfsstage een verplicht studiedeel voor alle studenten in de Bio-ingenieurswetenschappen. In praktijk worden minimaal twintig (20) werkdagen stage gelopen in een bedrijf (geen onderzoeksinstelling; een onderzoeksbedrijf mag wel) in het binnenland. De studenten staan zelf in voor het vinden van een stageplaats; dit maakt deel uit van de inhoud van het opleidingsonderdeel. Eens een stageplaats gevonden, wordt een stageregistratieformulier (dit is geen contract) ingevuld dat dient ingediend te worden in vier exemplaren (origineel ondertekend door de student, industriële promotor, academische promotor en stagecoördinator; zie verder). De stage dient goedgekeurd te worden door de opleidingsraad, na dewelke de stagecoördinator het stageregistratieformulier pas definitief ondertekent. Het volledig ondertekende stageregistratieformulier dient dan door de student overhandigd te worden aan de industriële promotor en academische promotor (een kopij is voor de stagecoördinator en een kopij is voor de student). Na dit intern administratief proces, indien noodzakelijk en voor de aanvang van de stage, kan een contractovereenkomst of confidentialiteitsovereenkomst of non-discclosure agreement ondertekend worden (op initiatief van het desbetreffende bedrijf). Deze overeenkomsten dienen aan de co-titularis stagecoördinator voorgelegd te worden om deze juridisch af te toetsen, waarna bij goedkeuring door de juridische dienst van de Vrije Universiteit Brussel de overeenkomsten ondertekend worden door de stagecoördinator en de decaan van de Faculteit Wetenschappen en Bio-ingenieurswetenchappen. De stageperiode valt tussen het eerste en tweede masterjaar tijdens de maanden juli, augustus of september (of op een ander tijdstip in het geval van een modeltraject dient afgeweken te worden) en wordt begeleid door een bevoegd persoon uit het bedrijf (de industriële promotor). Tevens treedt een ZAP-lid van de Vakgroep Bio-ingenieurswetenschappen van de Faculteit Wetenschappen en Bio-ingenieurswetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel met specifieke expertise in het domein op als academische promotor. De stage dient beëindigd te zijn voor de aanvang van het laatste acadmiejaar van de studies, doch kan niet gestart worden zonder Bachelordiploma; er kan enkel ingeschreven worden tijdens de afstudeerfase.

Bijkomende info

Verzekering: de verzekering van de universiteit is ook van toepassing tijdens de stageperiode, voor de normale verplaatsing van de woning naar de stageplaats en terug en op de stageplaats. Indien gewenst kan een certificaat verkregen worden op het secretariaat van de stagecoördinator.

Na de stage dient een verslag opgemaakt te worden. De structuur van het stageverslag (maximaal 30 pagina's) is als volgt:
- Inleiding (maximaal 2 tot 3 pagina's). Dit omvat een beschrijving van het bedrijf en de bedrijfsactiviteiten.
- Doelstelling (één pagina). Dit omvat een verwoording van de tijdens de stage te behandelen probleem- en/of doelstellingen.
- Resultaten (ongeveer 25 pagina's). Dit deel maakt het grootste deel van het verslag uit en omvat de eigenlijke verslaggeving van het dagelijks uitgevoerde werk, inclusief het gebruikte materiaal en de methoden, de eigenlijke resultaten en de bespreking daarvan, enz.
- Besluit (één pagina). Dit omvat een conclusie van de bereikte resultaten.
- Eventuele bijlagen (o.a. van de meetresultaten).

Voor indiening dient het verslag voorgelegd te worden aan de industriële promotor ter controle. Na controle bepaalt en besluit de industriële promotor of het verslag mag ingediend wroden bij de academische promotor en stagecoördinator. Een definitief exemplaar dient dan ingeleverd te worden bij de industriële promotor, de academische promotor en de stagecoördinator.

Leerresultaten

Algemene competenties

Minimaal twintig (20) werkdagen stage lopen in een bedrijf in het binnenland. Tijdens deze stage maken de studenten kennis met de bedrijfswereld en kunnen zij hun theoretische kennis in de praktijk toetsen en toepassen. Bovendien krijgen de studenten voeling met de bedrijfsstructuren, de bedrijfsmentaliteit en de verschillende functies die een bio-ingenieur kan vervullen in een bedrijf en maken zij kennis met de verschillende activiteiten van het bedrijf waar zij stage lopen. Gezien het niet noodzakelijk de bedoeling is dat de studenten tijdens hun stage werken aan één specifiek project, is de bedrijfsstage complementair aan de masterproef. De onderwerpen van de stage en de masterproef moeten dan ook onderling verschillen qua onderwerp en plaats met als doel de opleiding qua praktijkgerichte ervaring multidisciplinair af te ronden.

Beoordelingsinformatie

De beoordeling bestaat uit volgende opdrachtcategorieën:
ZELF Verslag bepaalt 100% van het eindcijfer

Binnen de categorie ZELF Verslag dient men volgende opdrachten af te werken:

  • Zelf stageverslag met een wegingsfactor 1 en aldus 100% van het totale eindcijfer.

    Toelichting: Tijdens de stage kunnen de studenten contact opnemen met de academische promotor met het oog op actieve begeleiding en terugkoppeling.

    Na afloop van de stage dienen de studenten een verslag te schrijven over het bedrijf en het uitgevoerde werk. Dit verslag dient nagelezen te worden door de bedrijfsverantwoordelijke(n) en dient ingediend te worden bij de academische promotor, de industriële promotor en de stageverantwoordelijke van de opleiding Bio-ingenieurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. De stage wordt door de industriële promotor beoordeeld op basis van het praktische werk dat werd uitgevoerd, het verslag dat hierover gemaakt werd en interactie met de industriële promotor en diens personeel. De academische promotor geeft enkel een beoordeling op basis van het geschreven verslag. Van beide beoordelingen wordt het gemiddelde gemaakt.

    Structuur van het stageverslag:
    - Inleiding (maximaal 2 tot 3 pagina's). Dit omvat een beschrijving van het bedrijf en de bedrijfsactiviteiten.
    - Doelstelling (één pagina). Dit omvat een verwoording van de tijdens de stage te behandelen probleem- en/of doelstellingen.
    - Resultaten (ongeveer 25 pagina's). Dit deel maakt het grootste deel van het verslag uit en omvat de eigenlijke verslaggeving van het dagelijks uitgevoerde werk, inclusief het gebruikte materiaal en de methoden, de eigenlijke resultaten en de bespreking daarvan, enz.
    - Besluit (één pagina). Dit omvat een conclusie van de bereikte resultaten.
    - Eventuele bijlagen (o.a. van de meetresultaten).

Aanvullende info mbt evaluatie

Tijdens de stage kunnen de studenten contact opnemen met de academische promotor met het oog op eventuele actieve begeleiding en terugkoppeling.

Een beoordeling wordt zowel door de industriële promotor als de academische promotor gegeven. De vraag tot beoordeling bij de industriële en academische promotoren komt toe aan de stagecoördinator (niet de student).

De industriële stage wordt door de industriële promotor beoordeeld op basis van het praktische werk dat werd uitgevoerd, het verslag dat hierover gemaakt werd en interactie met de industriële promotor en diens bedrijfspersoneel. De academische promotor geeft enkel een beoordeling op basis van het geschreven verslag. De evaluaties door industriële en academische promotor gebeuren onafhankelijk van elkaar. Van beide beoordelingen wordt het rekenkundig gemiddelde gemaakt.

 

Toegestane onvoldoende
Kijk in het aanvullend OER van je faculteit na of een toegestane onvoldoende mogelijk is voor dit opleidingsonderdeel.

Academische context

Deze aanbieding maakt deel uit van de volgende studieplannen:
Master in de bio-ingenieurswetenschappen: cel- en genbiotechnologie: medische biotechnologie
Master in de bio-ingenieurswetenschappen: cel- en genbiotechnologie: moleculaire biotechnologie
Master in de bio-ingenieurswetenschappen: cel- en genbiotechnologie: agrobiotechnologie
Master in de bio-ingenieurswetenschappen: chemie en bioprocestechnologie: voedingsbiotechnologie
Master in de bio-ingenieurswetenschappen: chemie en bioprocestechnologie: chemische biotechnologie
Master in de bio-ingenieurswetenschappen: chemie en bioprocestechnologie: biochemische biotechnologie